![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
Vrijdag in week 3 van de VeertigdagentijdHosea 14,2-10
Uit de profeet Hosea
Zo spreekt de HEER:
“Bekeer u, Israël, tot de HEER uw God, want over uw schuld zijt gij gestruikeld. Kom met uw woorden als gave, bekeer u tot de HEER en zeg Hem: Gij vergeeft toch alle schuld; aanvaard ook onze goede wil; wij zullen onze woorden als offerdieren geven. Assur kan ons niet redden; wij zullen niet meer op paarden rijden en tegen het maaksel van onze handen zeggen wij nooit meer: Gij zijt onze God. Gij, HEER, zijt immers degene bij wie de wees ontferming vindt. Ik wil hen van hun ontrouw genezen
Marcus 12,28b-34
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd trad een schriftgeleerde op Jezus toe
en legde Hem de vraag voor: “Wat is het allereerste gebod?” Jezus antwoordde: “Het eerste is: Hoor, Israël! De Heer onze God is de enige Heer. Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. Het tweede is dit: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Er is geen ander gebod voornamer dan deze twee.” Toen zei de schriftgeleerde tot Hem: “Juist, Meester, terecht hebt Ge gezegd: Hij is de enige en er bestaat geen andere buiten Hem; en Hem beminnen met heel zijn hart, heel zijn verstand en heel zijn kracht en de naaste beminnen als zichzelf dat gaat boven alle brand- en slachtoffers.” Omdat Jezus zag dat hij wijs gesproken had zei Hij hem: “Gij staat niet ver af van het Koninkrijk Gods.” En niemand durfde Hem nog een vraag te stellen. |
|
||||||||||||||||||||||||
|
- Disclaimer - Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013. - Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties | |||||||||||||||||||||||||