![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
H. Scholastica, maagd. Vrijdag in week 5 door het jaar1 Koningen 11,29-32;12,19
Uit het eerste boek Koningen
In die tijd gebeurde het dat Jeróbeam
vanuit Jeruzalem op reis was en onderweg de profeet Achia uit Silo ontmoette. Zij waren alleen in het open veld. Achia droeg een nieuwe mantel. Hij pakte die, scheurde hem in twaalf stukken en zei tot Jeróbeam: “Neem tien stukken, want, zo zegt de HEER, de God van Israël: Tien stammen van Salomo’s koninkrijk scheur Ik los uit zijn hand en geef ze aan u. Eén stam mag hij behouden, omwille van mijn dienaar David en omwille van Jeruzalem, de stad die Ik uit alle stammen van Israël heb uitverkoren.” Zo braken de Israëlieten met het huis van David;
Marcus 7,31-37
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd
vertrok Jezus uit de streek van Tyrus en begaf zich over Sidon naar het meer van Galilea, midden in de streek van Dekápolis. Men bracht een doofstomme bij Hem en smeekte Hem dat Hij deze de hand zou opleggen. Jezus nam hem terzijde, buiten de kring van het volk, stak hem de vingers in de oren en raakte zijn tong met speeksel aan. Vervolgens sloeg Hij zijn ogen ten hemel, zuchtte en sprak tot hem: “Effeta”, wat betekent: Ga open. Terstond gingen zijn oren open, en werd de band van zijn tong losgemaakt, zodat hij normaal sprak. Jezus verbood hun het aan iemand te zeggen; maar met hoe meer nadruk Hij dat verbood, des te luider verkondigden zij het. Buiten zichzelf van verbazing riepen zij uit: “Hij heeft alles welgedaan, Hij laat doven horen en stommen spreken.” |
|
||||||||||||||||||||||||
|
- Disclaimer - Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013. - Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties | |||||||||||||||||||||||||