![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
Dinsdag in week 5 door het jaar1 Koningen 8,22-23.27-30
Uit het eerste boek Koningen
In die dagen ging koning Salomo voor het altaar van de HEER staan,
ten aanschouwen van heel de gemeenschap van Israël. Hij strekte zijn handen uit naar de hemel en zei: “HEER, God van Israël, buiten U is er geen God in de hemel daarboven of hier beneden op aarde, die zo goedertieren is en zo getrouw aan het verbond met uw dienaren die zo goedertieren is en zo getrouw aan het verbond met uw dienaren die met heel hun hart hun schreden naar U richten. Maar zoudt Gij, God, werkelijk op aarde wonen?
Marcus 7,1-13
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
Eens kwamen de Farizeeën
en enkele schriftgeleerden uit Jeruzalem bij Jezus tezamen, en ze zagen dat sommigen van zijn leerlingen met onreine, dat wil zeggen, ongewassen handen aten. De Farizeeën immers en al de Joden eten niet zonder eerst de vingertoppen gewassen te hebben, daar ze vasthouden aan de overlevering van de voorvaderen; komen ze van de markt, dan eten ze niet voordat zij zich gereinigd hebben; zo zijn er nog vele andere dingen waaraan ze bij overlevering vasthouden: het afwassen van bekers, kruiken en koperen vaatwerk. Daarom stelden de Farizeeën en de schriftgeleerden Jezus de vraag:
|
|
||||||||||||||||||||||||
|
- Disclaimer - Richtlijnen voor het gebruik van de internetversies van de Willibrordvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling en de bijbelteksten van het Lectionarium: © 1969-2013. - Een project van de Katholieke Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties | |||||||||||||||||||||||||